Wiskunde

 

 

 

Dit zijn veel gemaakte opmerkingen over het vak wiskunde. Gelukkig kun je wiskunde wél leren en is rekenen maar een onderdeel van het vak wiskunde.

 

Wiskunde is ontstaan uit het rekenen en de meetkunde. Maar wat vooral belangrijk is, is dat het wordt toegepast in allerlei verschillende situaties en bij allerlei andere vakken. Wiskunde is niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. We passen wiskunde op allerlei manieren toe en we worden al op jonge leeftijd met wiskunde geconfronteerd. Wie heeft er bijvoorbeeld vroeger niet gespeeld met zo’n kubus met gaten waarin blokjes van allerlei vormen moesten worden gepast (= meetkunde)? Als we in de supermarkt lopen en we willen weten of we wel genoeg geld hebben voor die lekkere reep chocola en ook nog dat pak koekjes, zijn we met wiskunde bezig (rekenen, schatten). We weten allemaal dat de kans op de hoofdprijs in de postcodeloterij maar heel klein is (kansberekening).

Bij wiskunde is het vooral belangrijk om gestructureerd te denken en stap voor stap naar een oplossing toe te werken. Hier wordt in de wiskundelessen veel aandacht aan besteed.

Het goed leren denken, maar ook het kennen en gebruiken van begrippen is de basis voor succes.

 

Wiskunde bevordert het oplossingsgericht denken.

 

Een probleem of puzzel oplossen is leuk, dus wiskunde is leuk!

 

Projecten in de onderbouw:

Een jaarlijks terugkerend project is het Hulsbeekproject. Leerlingen uit 4 vwo krijgen de opdracht om voor de eerstejaars leerlingen praktische opdrachten te maken. Aan het eind van het schooljaar moeten deze opdrachten (op het Hulsbeek) door de eerstejaars leerlingen worden uitgevoerd.

 

Ook kunnen leerlingen elk jaar in maart meedoen aan de Kangoeroewedstrijd. Leerlingen worden in niveaugroepen ingedeeld en krijgen puzzelachtige opgaven.

Op deze manier kunnen leerlingen zich meten met leerlingen uit 50 verschillende landen. De Kangoeroewedstrijd heeft als doel hen te laten ervaren dat wiskunde heel leuk en uitdagend kan zijn, voor iedereen op zijn/haar eigen niveau. De leerlingen die een hoge score halen, worden uitgenodigd voor de Junior Wiskunde Olympiade of voor de finale van de Wiskunde Olympiade.

 

Het schoolvak wiskunde, de cijfer- en examenregeling

Als schoolvak heeft wiskunde veel raakvlakken met ander vakken zoals economie, biologie, scheikunde en natuurkunde. Daarnaast zijn er vergelijkbare toepassingen terug te vinden bij vakken als Mens en Gezondheid (koken) en Mens en Techniek (maatvoering).

 

De wiskunde sectie heeft als één van de weinige secties gekozen voor een afwijkende cijferregeling. In de eerste periode tellen proefwerken 2x mee, in de tweede periode is dit 3x en in de derde periode telt elk proefwerk 4x mee. Hiervoor is gekozen omdat er een opbouw zit in de stof. In elk opvolgend schooljaar gaan wij ervan uit dat leerlingen zich alle stof (zoveel mogelijk) eigen hebben gemaakt.

 

Wiskunde is, naast Nederlands en Engels, één van de drie kernvakken. Dit betekent dat leerlingen tijdens het eindexamen in het havo en vwo niet meer dan één vijf voor de eindcijfers van deze vakken mogen halen.

 

In de nabije toekomst krijgen alle leerlingen te maken met een (digitale) rekentoets. In het vmbo mogen leerlingen in 2013-2014 en 2014-2015 niet lager dan een vijf voor Nederlands en een vijf voor de rekentoets scoren. Vanaf 2015-2016 wordt deze regel nog eens aangescherpt en moet minsten een vijf en een zes worden gehaald voor deze vakken.

 

In het havo en vwo moeten leerlingen in 2013-2014 en 2014-2015 een rekentoets gemaakt hebben en het cijfer wordt op een apart certificaat vermeld.

 

De onderbouw

In de onderbouw krijgen leerlingen te maken met veel verschillende wiskundige onderwerpen. In het eerste jaar komen de volgende onderwerpen aan de orde: ruimtefiguren, (negatieve) getallen, plaats bepalen in een assenstelsel, lijnen en hoeken, tabel en grafiek, (woord) formules, symmetrie, vlakke figuren en meten. In de c en d-stroom wordt daarnaast ook een begin gemaakt met het letter rekenen.

In het eerste jaar leren de leerlingen meer dan 600 nieuwe begrippen en notaties. Het derde jaar is vooral bedoeld om de geleerde onderwerpen van klas 1 en 2 nog wat meer te verdiepen en te zorgen voor een brede ondergrond voor de vierde klas.

 

De bovenbouw

In klas 3hv moet een profielkeuze worden gemaakt. Ook moet je in klas 3 kiezen of je door wilt gaan met wiskunde A of met wiskunde B. Deze keuze is voor een deel afhankelijk van het profiel dat je kiest.

 

Welke (standaard)wiskunde hoort bij welk profiel?

 

Profiel

4/5 Havo

4/5/6 VWO

Cultuur en Maatschappij

---

WisC

Economie en Maatschappij

WisA

WisA

Natuur en Gezondheid

WisA

WisA

Natuur en Techniek

WisB

WisB

 

Wat is (globaal) de inhoud van de verschillende soorten wiskunde?

 

WisC/A

 Rekenen en Algebra

Statistiek

Kansrekening

Formules en Grafieken

(veelal met de grafische rekenmachine)

WisB

Meetkunde

Goniometrie

Formules en Grafieken

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.