Informatie over het vak Nederlands

 

 

Het vak Nederlands in de onderbouw havo/vwo en vwo extra

In klas 1HV hebben de leerlingen vier uur Nederlands per week, in de klassen 1VE en 2HV drie uur en in klas 2VE twee uur.

Op dit moment wordt gebruikgemaakt van de methode “Op niveau” in  klas 1HV en 2HV. In klas 1VE en 2VE wordt de vwo-methode “Nieuw Nederlands” gebruikt. Daarnaast  haken we aan bij de actualiteit en gebruiken we  sites van het internet gebruikt, zoals Cambiumned en jufmelis.

 

Uiteraard besteden we tijdens  de lessen Nederlands aandacht aan de vier vaardigheden: lezen, schrijven, luisteren en spreken. Binnen deze vaardigheden ligt de nadruk op de onderdelen  begrijpend lezen, woordenschat en samenvatten, omdat deze vaardigheden ook bij de overige vakken van groot belang zijn. Het initiatief ligt daarbij niet uitsluitend bij de docenten Nederlands:  de docenten van de zaakvakken leveren ook regelmatig teksten  die door de leerlingen met de bij Nederlands aangeleerde technieken worden samengevat, aan.

Het literatuuronderwijs is bij alle bovengenoemde onderdelen uitermate belangrijk. Door veel te lezen, is er immers sprake van een uitbreiding van de woordenschat; daarnaast wordt de kennis omtrent verbanden in teksten uitgebreid.

In de eerste klas verzorgen de medewerkers van de mediatheek boekpromoties en vertellen zij over verschillende (lees)projecten. Indien mogelijk,  wordt ook een boekverfilming bezocht, zoals bijvoorbeeld “Spijt”. Over minimaal vier jeugdboeken maken de leerlingen een verwerkingsopdracht.

 

In de tweede  klas  verzorgen we eveneens boekpromoties en we proberen ieder jaar een bekende schrijver van jeugdboeken uit te nodigen. Daarnaast doen enkele klassen mee aan het project “de Jonge Jury”, waarbij elke leerling zo veel mogelijk boeken leest die in het voorgaande jaar zijn uitgekomen. De leerlingen leren  dan veel verschillende genres kennen en ontwikkelen zo hun smaak. Zeker niet onbelangrijk is bij dit alles het gegeven dat er door de variatie in verwerkingsopdrachten ook aandacht wordt besteed aan het nadenken over normen en waarden.

 

Nederlands in de B-stroom van het VMBO

In de b-stroom gebruiken we de methode “Op niveau”. Deze methode is altijd op dezelfde manier opgebouwd: elk hoofdstuk bestaat uit  paragrafen die ingaan op  leesvaardigheid, schrijfvaardigheid,  spreek- en luistervaardigheid.  Daarnaast wordt  er aandacht besteed aan het vergroten van de woordkennis en grammatica. De hoofdstukken van het boek zijn kort en overzichtelijk.

 

Omdat de leerlingen in deze stroom gebaat zijn bij praktische opdrachten,  leggen we hier de nadruk op. Dat betekent dat,  naast theoretische kennis,  er voldoende tijd is ingeruimd voor de eindopdrachten van elk hoofdstuk.  Dit is een opdracht  in projectvorm .

 

Naast de reguliere uren voor Nederlands is er voor de leerlingen van de b-stroom,  evenals dat voor de leerlingen van de c-stroom het geval is,  een uur extra Taal ingeroosterd. Dit extra taaluur is bedoeld om leerlingen in voldoende mate voor te bereiden op de aangescherpte exameneisen van het vak Nederlands. Tijdens dit uur wordt er met speciaal daarvoor ontworpen  taalboekjes gewerkt.  Met name aandacht  het vergroten van de woordenschat en het verbeteren van de spelling komt dan aan de orde.

 

 

TAALNORM (schriftelijke communicatie)

 

1. Bij het schrijven van langere teksten is er een alinea-indeling gemaakt.

 

Onder langere teksten verstaan we onder meer: verslagen van practica bij de exacte vakken, referaten bij geschiedenis, boekverslagen en/of  balansverslagen bij literatuur en essays bij onder meer  maatschappijwetenschappen. Aan de lay-out van schriftelijk werk zijn nog meer eisen te stellen.

Afhankelijk van de tekstsoort en de omvang van de tekst variëren die eisen van een juiste hoofdstukindeling, inhoudsopgave, tussenkopjes tot illustraties.

 

2. Formuleer in duidelijke, concrete en eenduidige zinnen.

 

Schrijf duidelijk op wat je bedoelt; geen vage of te algemene omschrijvingen. Een verwijswoord moet verwijzen naar een woord of een woordgroep binnen de tekst en niet naar iets buiten de tekst.

              

3. Zinnen moeten alle woorden bevatten die nodig zijn om een grammaticaal goede zin te maken (gebruik de goede voorzetsel en lidwoorden).

 

4. Gebruik adequate woorden (dus geen straattaal/spreektaal/msn/sms/afkortingen).

 

Het is wenselijk bij het schrijven van een verslag van een practicum  (natuurkunde/scheikunde/biologie)  vaktaal te gebruiken.

Schrijf geen betekenisloze woorden als: “best wel”, “nou”, “gewoon”, “natuurlijk”“een beetje”, “best” enz.

 

Krachttermen moeten vermeden worden, bijvoorbeeld:

”Het boek van Kluun is goed geschreven” en niet “Het boek van Kluun is een hartstikke gaaf boek.”

“Het argument dat hij gebruikt, is onjuist” en niet “Hij gebruikt een belachelijk argument.”

 

5. Zinnen beginnen met een hoofdletter en eindigen met een punt, uitroepteken of vraagteken. Bij langere zinnen staan komma’s op de juiste plaats.

 

6. De werkwoordspelling moet in orde zijn, evenals de spelling van andere woorden.

 

BEVORDERING LEESVAARDIGHEID

Niet alleen bij het vak Nederlands ervaren leerlingen problemen bij het lezen van teksten, maar ook bij de zaakvakken hebben zij moeite met het lezen en verwerken van teksten.

 

Het Twents Carmel College locatie De Thij wil daarom werken aan de verbetering van de leesvaardigheid van de leerlingen: deze vaardigheid komt immers bij alle vakken aan de orde. Daarnaast is zij  op het centraal schriftelijke eindexamen een belangrijke  factor. Tot slot kan worden gesteld dat een goede leesvaardigheid van belang voor het goed kunnen functioneren in de maatschappij.

Naast het bovenstaande wil het ontwikkelteam Nederlands  bereiken dat de docenten van alle vakken zich realiseren dat het stimuleren van lezen en het bevorderen en verbeteren van de leesvaardigheid van de leerlingen niet alleen de  verantwoordelijkheid is van de docenten Nederlands.

 

Bij het bevorderen van de  leesvaardigheid werkt het ontwikkelteam Nederlands in eerste instantie samen met maatschappijleer, waarbij ernaar wordt gestreefd dat betrokken  leerlingen op niet al te lange termijn met behulp van een structuurschema niet alleen functies van tekstgedeelten  in teksten van gemiddelde omvang (750 woorden) kunnen benoemen, maar ook dat zij daarbij verbanden en structuren aan kunnen geven .

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.