Algemene natuurwetenschappen

 

In 5 VWO volgen alle leerlingen het vak Algemene natuurwetenschappen (ANW). Wat houdt dit in? Bij het vak ANW draait het om meer dan de natuurwetenschappen. De leerlingen leren waar goede wetenschap aan moet voldoen en hoe ze dit kunnen herkennen. Ze leren ook hoe kennis en wetenschap tot stand komen. Een belangrijk onderdeel daarvan is (wetenschaps)filosofie. Hoe komen waarnemingen en gedachten over deze waarnemingen tot stand en hoe kunnen wetenschappelijke conclusies beïnvloed worden door ervaringen en verwachtingen? Ook leren de leerlingen hoe de wetenschappelijke wereld nu werkt en hoe deze in het verleden werkte en hoe het wetenschappelijk denken zich ontwikkeld heeft.

 

 

Er wordt ook veel aandacht besteed aan onderzoeksvaardigheden. Aan het eind van 5 VWO beginnen de leerlingen met het profielwerkstuk en wordt van hen verwacht dat zij weten hoe zij op een goede, zelfstandige manier een wetenschappelijk onderzoek kunnen uitvoeren. Dat is belangrijk voor leerlingen van alle profielen. Leerlingen die later de maatschappijwetenschappelijke of juridische kant op gaan moeten namelijk, net als de leerlingen die meer natuurwetenschappelijke richtingen kiezen, ook weten wat goede wetenschap is en wat onzin is.

 

In de wetenschap worden er ook veel dingen ontdekt waar kritische vragen bij gesteld moeten worden (kernfysica, klonen, robotisering etc.). Daarom besteden we bij ANW ook aandacht aan ethiek. Dit wordt ook bij het profielwerkstuk steeds belangrijker.

 

 

Door al deze facetten bij elkaar te brengen in één vak draagt ANW bij aan de algemene wetenschappelijk ontwikkelingen van alle leerlingen in het voorbereidend WETENSCHAPPELIJK onderwijs (VWO).

 

Rudy Jonker, docent ANW

Koen Nijhuis, docent Filosofie

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.